prijs per +- 15 stuks!
Beschrijving
Waar komt de Porcellio dilatatus vandaan?
Porcellio dilatatus is van oorsprong een West-Europese soort, maar inmiddels ook te vinden in onder andere Oost-Europa, Noord- en Zuid-Amerika en zelfs Australië. Ondanks deze wereldwijde verspreiding zie je ze in de hobby vooral terug als betrouwbare clean-up crew.
Hoe kan ik ze het beste houden?
Dit is een makkelijke, vergevingsgezinde soort die zich aanpast aan verschillende omstandigheden. Ze voelen zich thuis in zowel tropische als drogere bioactieve setups, zolang er maar een vochtige schuilplek aanwezig is, een pluk nat sphagnum in een hoek werkt prima.
Gebruik een bak met voldoende diepte (minstens 10 cm substraat is ideaal), zodat ze kunnen graven. Een mix van potgrond, cocosturf, wormenmest, sphagnum en stukjes rot hout vormt een goede basis. Voeg wat kurkschors toe voor schuilplekken. Houd ongeveer 1/3e vochtig en de rest wat droger, zo kunnen ze zelf kiezen waar ze willen zitten.
Uiterlijk en Morphs
Porcellio dilatatus zijn robuust gebouwd en vallen vooral op door hun formaat en brede lichaam. Volwassen dieren kunnen zo’n 1,5 tot 2 cm lang worden. De basiskleur is doorgaans roodbruin tot grijzig. Hoewel ze qua kleur niet de meest opvallende soort zijn, bestaan er wel enkele morphs binnen deze soort. Een bekend voorbeeld is Porcellio dilatatus ‘Rust’, een oranje variant.
Voedsel
Deze soort staat bekend om haar eetlust. Alles wat in de bak belandt, wordt razendsnel opgegeten: groenten zoals courgette en wortel, visvlokken of speciaal isopod-voer. Ze eten ook graag sepia voor calcium. Geef kleine porties en zorg dat er altijd bladresten beschikbaar zijn; ze eten ook gretig van het substraat zelf. Extra eiwitten (zoals gedroogde garnalen of vis) worden ook zeer gewaardeerd.
Voortplanting
Porcellio dilatatus planten zich relatief snel voort, mits er voldoende ruimte, schuilplekken en voeding beschikbaar zijn. Hoewel ze ook in drogere bakken overleven, zorgt een vochtige omgeving voor een betere voortplanting. De jongen blijven in het begin vaak in de vochtige zones en tussen het schors.